• 100% arachide-olie.
  • Geen suiker toegevoegd.
  • Ieder potje is uniek en dat proef je !

Pinda

De pinda (Arachis hypogaea), ook wel aardnoot, grondnoot, olienoot of apennoot genoemd, is, ondanks al deze namen, botanisch gezien geen noot, maar een peulvrucht met daarin twee of drie zaden. De pindaplant behoort zoals alle peulvruchtdragenden tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae oftewel Fabaceae).

De bloem bevindt zich bovengronds, en daaruit ontwikkelt zich na bevruchting een peul met meestal twee zaden. Daarna ondergaat de vrucht een bijzondere ontwikkeling: de stengel waaraan de peul groeit wordt langer en boort zich in de grond. Dit deel van de stengel wordt een carpofoor of vruchtdrager genoemd. Onder de grond rijpt de vrucht en gaat vervolgens, onder natuurlijke omstandigheden, over tot ontkieming.

De pindaplant is een eenjarige plant die afkomstig is uit Zuid-Amerika en door de Spanjaarden in de 16e eeuw in tropische en subtropische gebieden over de gehele wereld werd verspreid.

 

Productie

In september en oktober worden de pindaplanten geoogst, waarna ze met de pinda's omhoog gelegd worden om te drogen. Uitgegraven pinda's bevatten 25 tot 50% vocht en moeten indrogen tot 10% of minder voordat ze opgeslagen kunnen worden.

De grootste producenten van pinda's zijn China, Israël, de Verenigde Staten, Egypte, Argentinië en Zuid-Afrika. Israël en Egypte produceren voornamelijk voor export van de rauwe noten in dop. China exporteert ook rauwe noten in dop, hoewel het grootste deel van de oogst in gepelde vorm wordt geëxporteerd of gebruikt voor de productie van arachideolie.

Topproducenten van pinda 2018[1]LandProductie (ton) China17.332.600 India6.695.000 Nigeria2.886.987 Soedan2.884.000 Verenigde Staten2.477.340 Myanmar1.599.149 Tanzania940.204 Argentinië921.231 Tsjaad893.940 Senegal846.021 Guinee770.105 Niger594.162 Kameroen594.019 Brazilië563.347 Ghana521.032

Consumptie

Ongebrande (rauwe) pinda's kunnen gepeld en gegeten worden. Voor menselijke consumptie is het echter gebruikelijk rijpe pinda's eerst te branden. Vooral in de winter worden ze wel ongepeld gebruikt (en dikwijls aangeregen) als voedsel voor wilde vogels.

Met name in de zuidelijke staten van de Verenigde Staten worden niet geheel rijpe ("groene") pinda's ook in de schil gekookt. Ze worden daarbij zacht zoals bonen en worden gegeten met wat zout of ook wel scherper gekruid (cajun).

De pinda's voor consumptie worden gepeld en kort geblancheerd zodat het vliesje loslaat. Hierna worden ze gebrand of vermalen tot pindakaas. Ook pindasaus en pindasoep worden van pinda's gemaakt. Pinda's worden zowel in zoete als in hartige gerechten gebruikt, of los gegeten, vaak gesuikerd of bestrooid met zout. Ook worden ze veel verwerkt in koekjes, borrelnootjes en andere snacks.

De belangrijkste reservestof in een pinda is vet. Pinda's hebben een hoger vetgehalte dan de zaden van andere peulvruchten. Pinda's bevatten naast 46% vet (waarvan 7% verzadigd) 25% eiwit en circa 14% koolhydraten.